FNLI verrast over resultaten RIVM-onderzoek zoutinname

FNLI verrast over resultaten RIVM-onderzoek zoutinname

5 oktober 2016


Zoutgehalte in veel geconsumeerde voedingsmiddelen reeds sterk gedaald

De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) is, net als het CBL, verrast dat de inspanningen van fabrikanten en supermarkten op het gebied van zoutreductie niet zijn terug te zien in de resultaten van het onderzoek dat het RIVM vandaag publiceerde naar de gehaltes aan natrium, kalium en jodium in urine. De hoeveelheid zout in een aantal veel geconsumeerde voedingsmiddelen is de laatste jaren namelijk flink gedaald. Het RIVM-onderzoek laat zien dat alléén productverbetering niet voldoende blijkt om de zoutinname zo ver naar beneden te brengen dat deze gemiddeld tot onder de gestelde gezondheidsnorm komt en dat ook gedragsverandering bij consumenten veel meer aandacht behoeft. Met dit inzicht gaat de levensmiddelenindustrie door op de ingeslagen weg van zoutreductie, zoals in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling is afgesproken.

Diverse monitoringonderzoeken hebben aangetoond dat de hoeveelheid zout in brood, Goudse kaas en vleeswaren de afgelopen jaren behoorlijk is afgenomen. Dit zijn voor de gemiddelde Nederlander de drie belangrijkste dagelijkse voedingsbronnen voor het binnenkrijgen van zout. Ook in groente- en peulvruchtenconserven is de hoeveelheid zout sterk verlaagd en inmiddels zijn ook verlagingen in de soepen- en sauzensectoren in gang gezet. De FNLI is dan ook teleurgesteld dat deze inspanningen door industrie en retail in het RIVM-onderzoek niet zijn terug te zien. Bekijk ook de infographic met resultaten van het Akkoord Verbetering Productsamenstelling.

Zouttoevoeging door consumenten
Een belangrijke reden kan zijn dat consumenten zelf zout toevoegen. Zo voegt 85% van de onderzochte personen uit het onderzoek zelf zout aan de maaltijd toe. Van de kleine groep die dit niet doet, blijken de vrouwen al heel dicht aan te zitten tegen de norm die de Gezondheidsraad aanbeveelt, namelijk 6,3 gram zout (de Gezondheidsraad beveelt 6,0 gram aan). Deze aantallen zijn te klein om een conclusie uit te trekken, maar vormen wel een sterke aanwijzing dat het voedingsgedrag van consumenten – los van de aanwezigheid van zout in verwerkte voedingsmiddelen – niet moet worden onderschat. Wetenschappelijke literatuur bevestigt dat productverbetering weliswaar een belangrijke bijdrage aan het verlagen van zoutinname kan leveren, maar dat zouttoevoeging door consumenten zelf hiernaast een niet te onderschatten rol speelt.

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Gerelateerde artikelen

Geen suiker en wederom minder zout in zomergroenten

26 juni 2017


De fabrikanten van groenteconserven zetten een nieuwe stap binnen het Akkoord Verbetering Productsamenstelling*. Vanaf de oogst van 2017 en 2018 wordt er geen suiker en tot 25% minder zout toegevoegd aan ‘zomergroenten’ uit pot of blik. De nieuwe normen gelden […]

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Ook FNLI voorstander van gelijke portiegroottes

24 februari 2016


Deze week vroeg de Consumentenbond aandacht voor verwarrende portiegroottes op verpakkingen. Net als de Consumentenbond is de FNLI voorstander van het gebruik van zoveel mogelijk gelijke portiegroottes, om verwarring onder consumenten te voorkomen. Daarom werken we aan de harmonisatie van […]

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Levensmiddelenindustrie blijft zich inspannen voor gezonde samenleving

14 december 2016


Vandaag debatteert de Tweede Kamer over het preventiebeleid volksgezondheid. De FNLI pleit voor een brede, geïntegreerde aanpak om consumenten te winnen voor een gebalanceerd leefpatroon. Als grootste maakindustrie van Nederland heeft ook de levensmiddelenindustrie baat bij een gezonde samenleving en […]

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn