Position paper AO NVWA

Position paper AO NVWA

9 juni 2016


Op donderdag 9 juni staat het AO NVWA geagendeerd. De Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI) brengt namens 19 sectorale brancheverenigingen en 400 aangesloten bedrijven onderstaande punten onder uw aandacht.

De Nederlandse agri&food sector is een uitermate belangrijke sector voor de Nederlandse economie en wordt mondiaal geroemd om haar efficiënte, innovatieve en duurzame karakter. In 2015 bedroeg de export van Nederlandse agri&food producten 82,4 miljard euro, wat bijna 20% van de totale Nederlandse export is. Daarnaast zijn er talloze innovatieve ontwikkelingen in Nederland geïnitieerd, die over de hele wereld worden toegepast. Helaas ervaren vele partijen in de agri&food sector in toenemende mate dat ze beperkt worden in de ontwikkeling, productie en handel van producten. De hoge kosten voor toezicht en uitvoeringstaken van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) hebben hier een belangrijk aandeel in, waarbij er ook vele sectoren zijn die de handhavingswijze van de NVWA als onnodig strikt en daardoor belemmerend ervaren. Dit alles zorgt voor een negatief ondernemingsklimaat, verstoring van het consumentenvertrouwen en ongelijk Europees speelveld.

  1. NVWA maakt grote slagen in verbeterproces

In het ‘jaarverslag 2015’ stelt de NVWA dat het toezicht steeds slagvaardiger wordt. Zo is de NVWA strenger gaan controleren in een aantal sectoren en werkt meer op basis van risicogestuurd toezicht. Door op basis van risicoanalyses en een gedegen kennis- en informatiepositie gerichter in te grijpen in de keten, wordt gewerkt aan effectiever en efficiënter toezicht. De FNLI is groot voorstander van risicogestuurd toezicht. Een verdere efficiëntieslag zou gemaakt kunnen worden door meer in te zetten op gebruik van private controlesystemen: de taak van de NVWA beperkt zich dan slechts tot toezicht op de controle. De Taskforce Voedselvertrouwen en de NVWA hebben criteria opgesteld voor private kwaliteitsschema’s die de borging van de voedselveiligheid en vooral de voedselintegriteit moeten versterken. Transparantie en informatie-uitwisseling maken een belangrijk onderdeel uit van deze criteria. De NVWA is in een vergevorderd stadium met het toetsen van de kwaliteitsschema’s aan de criteria. Zodra de NVWA de toetsing van de eerst aangemelde kwaliteitssystemen heeft afgerond, kunnen bedrijven in de voedselketen op www.ketenborging.nl controleren of hun zakenpartners gecertificeerd zijn door een kwaliteitsschema dat aan de criteria van voedselveiligheid en –integriteit voldoet of niet. Ze kunnen daar vervolgens hun handelen op afstemmen. De FNLI is van mening dat deze aanpak essentieel is voor een slagvaardige NVWA.

  1. Geen striktere nationale regelgeving dan in de rest van Europa

Voor het (vaak internationaal opererende) bedrijfsleven is het van belang dat regelgeving op Europees niveau gesteld dient te worden. Veel bedrijven sector ervaren een NVWA die wetgeving strikter dan noodzakelijk (strikter dan op Europees niveau) interpreteert en hierdoor, in tegenstelling tot overige lidstaten, onnodig ruimte inperkt voor bedrijven om producten te ontwikkelen,  te produceren en te exporteren. Ook leidt dit tot onnodige recalls en andere kosten in de keten en de vernietiging van producten. Er zijn diverse voorbeelden van ‘gold-plating’ uit verschillende sectoren te geven waaruit blijkt dat de strikte en hoogfrequente NVWA controles de export frustreren, te weinig ruimte wordt geboden om innovatieve machines te mogen testen in de praktijk, waarbij producten onnodig worden afgekeurd en waarbij de handhavingswijze en controlesystematiek verbeterd/versoepeld zou moeten worden. Hierdoor is het voor Nederlandse bedrijven niet mogelijk om onder gelijke voorwaarden te concurreren met bedrijven uit omliggende landen. Diverse holdings van o.a. Nederlandse bedrijven hebben vanwege de werkwijze van de NVWA zelfs investeringen in Nederland achterwege gelaten en deze in buitenlandse bedrijven gedaan.

Zo heeft de FNLI ernstige zorgen over het voorgenomen beleid van de NVWA inzake “versleping van allergenen” (onbedoelde en onvermijdbare vermenging van zeer kleine hoeveelheden allergenen met de gebruikte grondstoffen), waarbij een strengere aanpak wordt voorzien dan in andere EU-landen nu de praktijk is. Het staat buiten kijf dat de (allergische) consument goed geïnformeerd moet worden, indien er sprake is van een risico als gevolg van onbedoelde aanwezigheid van een allergeen in een product. Volgens Europese regelgeving zijn bedrijven verantwoordelijk voor het vaststellen van de aanwezigheid van risico’s. Daartoe werkt de gezamenlijke Europese industrie met zogenoemde Vital waardes om te bepalen of er sprake is van een risico. Uit de voortijdig gepubliceerde referentiewaardes van Bureau Risicoboordeling (BuRO) blijkt nu dat deze voor de Nederlandse markt sterk afwijken van de in Europa veel gebruikte Vital waardes. Dit onderscheid betekent dat Nederlandse bedrijven met andere waardes rekening moeten houden dan in andere delen van Europa. De consequenties van het voorgenomen beleid brengen grote administratieve en financiële lasten voor bedrijven met zich mee die een concurrentienadeel t.o.v. andere lidstaten opleveren. De FNLI sluit met haar oproep aan bij het standpunt van patiëntverenigingen en het CBL om deze werkwijze de NVWA met klem te heroverwegen en in Brussel te pleiten voor een snelle afronding van de Europese Taskforce on Precautionary allergen labelling, waaraan ook de Nederlandse overheid deelneemt.

Contact: Margot Feith, Public Affairs FNLI via mfeith@fnli.nl

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

Gerelateerde artikelen

FNLI betreurt stemming Europees Parlement voor verplichte herkomstetikettering

23 januari 2015


Op 21 januari jl. stemde het Europees Parlement (ENVI Comité) voor een motie die de Commissie oproept om herkomstetikettering van vlees als ingrediënt verplicht te stellen. De FNLI betreurt dit besluit. Het primaire doel van etikettering van levensmiddelen is om […]

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

FNLI deelt kritische houding Nederlandse Europarlementariërs verplichte herkomstetikettering

13 mei 2016


Gisteren heeft het Europees Parlement in een plenaire zitting met een ruime meerderheid een resolutie voor verplichte herkomstetikettering voor alle producten van dierlijke herkomst aangenomen. Hiermee wordt de Europese Commissie opgeroepen met wetgeving te komen. De FNLI betreurt de uitkomst […]

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn

E-mailactie Foodwatch onnodige bangmakerij

16 juli 2015


(Namens de Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie en het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) Foodwatch roept consumenten op een email te sturen naar supermarktketens om producten met bepaalde kleurstoffen uit de schappen te weren. Het gaat hier om vijf zogenaamde azo-kleurstoffen en E104 […]

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn