taskforcezout

Actieplan en monitoring

De FNLI lanceerde in 2008 een nationaal actieplan met daarin de doelstelling om in anderhalf jaar het zout (natrium) in bewerkte voedingsmiddelen met 12 procent te verminderen ten opzichte van de NEVO 2006. Deze 12% kan als een eerste stap worden beschouwd om uiteindelijk tot een totale reductie te komen van de hoeveelheid zout in levensmiddelen met 25-30% (zoals ook staat beschreven in de Voedingsnota van de Nederlandse overheid uit 2008).

FASE 1: 2008-2010
Fase 1 van het FNLI actieplan liep van eind 2008 tot en met voorjaar 2010. In de zomer van 2010 is over de behaalde resultaten gerapporteerd. Er werd een reductie behaald van globaal 10%. De FNLI besloot op basis van de resultaten van Fase 1, Fase 2 van het actieplan anders in te vullen. 

FASE 2: vanaf medio 2010
In fase 2 van het FNLI actieplan zout in levensmiddelen is geen overkoepelende doelstelling voor de gehele voedingsmiddelenindustrie vastgesteld. In deze fase stellen individuele bedrijven en/of brancheorganisaties voor hun eigen productportfolio doelstellingen op die in 2015 moeten worden behaald. De bedrijven en brancheorganisaties hebben daarbij de keuze of ze doelstellingen zetten voor een hele productcategorie, voor één merk of juist meerdere (fabrikanten)merken of voor één of meer producten in het assortiment. Ook kunnen ze zelf bepalen of de doelstelling in relatieve termen wordt uitgedrukt (een reductie ten opzichte van een uitgangswaarde in procenten) of in absolute termen is uitgedrukt (bijvoorbeeld een maximum van 100 mg natrium per 100 gram van één specifiek product). De uitgangswaarden en doelstellingswaarden moeten verifieerbaar zijn voor derden.

Hier
vindt u van individuele bedrijven en brancheorganisaties de activiteiten op het gebied van zoutreductie en de doelstellingen voor 2015.

Monitoring
Deelnemende organisaties en bedrijven voeren zelf monitoringactiviteiten uit om na te gaan of ze op de goede weg zijn in het bereiken van hun eigen doelstellingen. Hierover rapporteren ze in 2013 (tussenrapportage) en 2015/16 (eindrapportage) bij de FNLI. Deze informatie wordt ook openbaar gemaakt. Daarnaast vindt er monitoring plaats door een onafhankelijke derde partij die de resultaten rapporteert.

Downloads:

|