

Het meten van verduurzaming
Het meten van het duurzaamheidsniveau van een bedrijf, productieproces of levenscyclus van een product is geen doel op zich, maar vormt een belangrijke basis voor procesoptimalisatie, ketenverantwoordelijkheid, borging van duurzaamheidsstandaarden en rapportage over verduurzamingsresultaten. Het is van groot belang dat bij elke meting helder inzichtelijk wordt gemaakt welke duurzaamheidsaspecten bemeten worden, op welke manier dit gebeurt en in welke eenheden. Harmonisatie van de diverse (inter)nationale meetmethoden, zoals gebeurt in onder andere BSCI, GSCP, AIM PROGRESS, en the Food SCP Round Table, vereenvoudigt internationaal duurzaam ondernemen.
Productkeurmerken
Certificering van grondstoffen, productieprocessen en eindproducten, met of zonder visueel consumentenkeurmerk, is een manier om onderdelen van verduurzaming in de keten te borgen. Waar de FNLI het gebruik van certificeringsprogramma's ondersteunt, wil zij een verdere wildgroei aan productkeurmerken voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat veel consumenten niet goed weten wat de verschillende keurmerken betekenen, waardoor het voeren van meer keurmerken eerder verwarrend dan verduidelijkend zou werken
Algemeen duurzaamheidskeurmerk
De FNLI is tegen de invoering van een algemeen duurzaamheidskeurmerk, waarmee statisch onderscheid gemaakt zou worden tussen 'duurzame' en 'minder duurzame' producten. Meting van milieueffecten van de levenscycli van voedingsmiddelen is uiterst complex, wegens een diversiteit aan ingrediënten van wisselende herkomst en een vaak moeilijk te definiëren gebruiksfase. Als deze milieueffecten ook nog afgewogen dienen te worden tegen niet-kwantificeerbare sociale omstandigheden en dierenwelzijn, worden objectieve en wetenschappelijk consistente uitspraken over het algemene duurzaamheidsniveau van een product of een bedrijf vrijwel onmogelijk.
Ketenverantwoordelijkheid
De levensmiddelenindustrie zet zich actief in voor verantwoord ketenbeheer. Dit houdt in dat veel bedrijven een vrijwillig maar niet-vrijblijvend commitment aangaan een positieve invloed uit te oefenen op het sociale en milieubeleid van hun toeleveranciers. De FNLI is van mening dat van bedrijven verwacht mag worden dat zij hierbij doen wat in hun mogelijkheden ligt. Zij doen dit onder andere door middel van leveranciersvoorwaarden, audits, grondstofcertificering, data-uitwisseling in de keten en samenwerking met ngo's en lokale overheden. Bedrijven kunnen echter materieel niet verantwoordelijk gehouden worden voor alles wat er in de keten gebeurt. Het is voor bedrijven onmogelijk een absolute garantie af te geven over het gedrag van hun ketenpartners. Het is daarom van belang dat ketenpartners en andere stakeholders samenwerken om verduurzaming te borgen in de keten. Ondertussen blijft het de verantwoordelijkheid van lokale overheden om toe te zien op de naleving van sociaal-economische en milieuwetgeving. Internationale ontwikkelingssamenwerking kan de capaciteit van overheden hiertoe versterken.
Verpakkingsafval en zwerfafval
De FNLI draagt graag haar steentje bij aan het verminderen van het verpakkingsafval en zwerfafval. Uitgangspunt hierbij is voor de FNLI het behalen van een maximale milieuwinst tegenover de laagste maatschappelijke kosten. De FNLI vindt echter niet dat het bedrijfsleven alleen verantwoordelijk gehouden kan worden voor zaken als zwerfafval of de inzameling en verwerking van verpakkingsafval. De FNLI is daarom tegenstander van de verpakkingenbelasting en vindt het niet meer dan logisch dat deze doorberekend wordt in de consumentenprijzen.
Biologische landbouw
De FNLI levert graag haar bijdrage aan de verduurzaming van landbouw. Zodoende heeft de FNLI ook deelgenomen aan verschillende convenanten Marktontwikkeling Biologische Landbouw. Hierbij moet wel aangetekend worden dat de FNLI biologisch als één mogelijk vorm van duurzame landbouw maar niet per definitie als de beste vorm.
Duurzaam inkopen (duurzaamheidscriteria)
De FNLI vindt dat alle vormen van duurzame ontwikkeling door de overheid als gelijkwaardig dienen te worden erkend. Er moet geen gebruik worden gemaakt van statische normen om specifieke producten te toetsen. Dit werkt demotiverend voor producenten die worden uitgesloten omdat deze buiten de statische normen vallen terwijl hun initiatieven wel hetzelfde doel bereiken. Criteria dienen gericht te zijn op het bedrijfsproces, en niet op de uitkomst hiervan in de vorm van het product. Duurzaamheid is een dynamisch proces met een continue verbetering van milieuprestaties en sociale omstandigheden. De criteria moeten daarom gericht worden op de keten.


















