voeding-gezondheid-voedselveiligheid

Standpunten

Kinderen en reclame
De FNLI vindt dat er onvoldoende bewijs is om te stellen dat reclame voor voedingsmiddelen gericht op kinderen een bijdrage zou leveren aan de ontwikkeling van overgewicht bij de jeugd. Wel vindt de FNLI het van belang om zorgvuldig te zijn: kinderen die het onderscheid tussen reclame en andere boodschappen niet kunnen maken, zouden niet de doelgroep mogen zijn van reclame-uitingen.

Begin 2010 heeft het bestuur van de Stichting Reclame Code de aangepaste Reclamecode voor Voedingsmiddelen (RvV) aangenomen. Daarbij spraken levensmiddelenfabrikanten af om geen reclame meer te richten op kinderen tot 7 jaar. Al eerder had de FNLI haar lidbedrijven opgeroepen om ook geen reclame voor voedingsmiddelen te richten op kinderen van 7 tot 12 jaar, tenzij zij hun reclamebeleid toelichten op www.zorgvuldigereclame.nl. De FNLI hanteert hierbij het principe 'comply or explain'. De naleving van de afspraken wordt jaarlijks door de Stichting Reclame Code onderzocht in opdracht van de FNLI.

Logo's
De FNLI vindt dat de toepassing van logo's te allen tijde op basis van vrijwilligheid dient te gebeuren. Eerlijke informatie naar de consument moet het uitgangspunt zijn. Eveneens belangrijk is dat er binnen alle productcategorieën producten moeten bestaan die in aanmerking komen voor een logo. De FNLI is tegenstander van een wildgroei aan logo's en streeft naar een logo dat van toepassing kan zijn op alle productcategorieën en dat Europees inzetbaar is. Het is dan ook verheugend dat de Stichting IKB en AH tot overeenstemming zijn gekomen inzake één voedselkeuzebevorderend logo, Het Vinkje, waarvoor de criteria door een wetenschappelijke commissie zijn opgesteld. Tevens juichen we toe dat pogingen worden ondernomen om het logo op Europees niveau te stimuleren. Verder is het wat ons betreft een goede zaak dat ook dit ene logo op basis van vrijwilligheid functioneert.

Overgewicht
De FNLI maakt zich ernstig zorgen over de ontwikkelingen met betrekking tot het voorkomen van overgewicht. Overgewicht is een belangrijke co-factor bij risico's voor het ontstaan van verschillende welvaartsziekten terwijl obesitas (de extreme vorm van overgewicht) een op zichzelf staande risicofactor is in dit verband. Met name bij de jeugd zijn de ontwikkelingen zorgwekkend. De FNLI participeert dan ook van harte in het Convenant Gezond Gewicht. Meer specifiek onderschrijft de FNLI de deelconvenanten consument en vrije tijd, werk en JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht). Middels het eerste deelconvenant proberen de deelnemende partijen te werken aan heldere consumenteninformatie terwijl de FNLI in het tweede deelconvenant actief is om beweging onder werknemers te stimuleren. Tot slot ondersteunt de FNLI activiteiten in het kader van JOGG, met name door haar lidbedrijven te stimuleren (en actief te benaderen) deel te nemen aan publiekprivate partnerships op lokaal niveau welke gericht zijn op het terugdringen van overgewicht onder de jeugd. 

Nanotechnologie in voedingsmiddelen
Nanotechnologie brengt in potentie een veelvoud aan kansen op het gebied van veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. De FNLI pleit ervoor om risicoinschattingen voor toelating van nanotechnologie te laten plaatsvinden op basis van kansen tegenover risico's per toepassing. Een case-by-case-benadering sluit onaanvaardbare risico's uit en laat grote kansen in combinatie met verwaarloosbare risico's toe. Er is een eenduidige definitie nodig van wat precies onder nanotechniek wordt verstaan. Vervolgens kan gericht onderzoek plaatsvinden. In het kader van transparantie en het bieden van keuzevrijheid aan de consument pleit de FNLI voor verplichte etikettering op producten in het geval gebruik is gemaakt van doelbewust gefabriceerde nanodeeltjes.

Voedings- en gezondheidsclaims
De FNLI is verheugd dat met het publiceren van de Europese Claimsverordening in december 2006 de wet- en regelgeving op dit terrein in geheel Europa gelijk is geschakeld. Verder onderschrijft zij dat het een goede zaak is dat met deze wetgeving het verbod op het misleiden van de consument concreet is ingevuld. Bedrijven worden bij voortduring opgeroepen om hun producten in voedingskundige zin te herformuleren, dan wel innovaties te ontwikkelen met een goede voedingskundige samenstelling, opdat het voor de consument eenvoudiger wordt een gezond totaal voedingspakket samen te stellen. De mogelijkheden om daarover te kunnen communiceren zijn cruciaal voor de bedrijven. Het is daarom zeer te betreuren dat het Commissievoorstel voor de voedingsclaim die hierbij het meest behulpzaam zou zijn (x% minder met een minimum van 15% en een looptijd van een jaar) door het Europees Parlement is afgewezen. Voedings- en gezondheidsclaims zijn immers de belangrijkste manier voor bedrijven om over dergelijke aanpassingen in samenstelling of innovaties te communiceren. Het is wel een goede zaak dat de EFSA de bewijsvoering toetst zodat alleen daadwerkelijk bewezen claims nog kunnen worden gebruikt. Het is bovendien positief dat er inmiddels duidelijkheid is over welke eisen worden gesteld aan dossiers om bewijzen te leveren voor gezondheidsclaims.

Categorisatie voedingsenzymen
In de Verordening van de Raad en het EP voor voedingsenzymen (EC 1332/2008) staat dat enzymen als levensmiddeleningrediënt moeten worden gecategoriseerd, tenzij gebruikt als proceshulpstof. Dit houdt tevens in dat voedingsenzymen, indien gebruikt als ingrediënt, in de lijst van ingrediënten moeten worden opgenomen met de specifieke naam waarbij tevens de functionele klasse wordt vermeld.
De FNLI is van mening dat, ook als een voedingsenzym nog in de voeding aanwezig is, maar geen technologische functie heeft in het eindproduct, deze als technologische hulpstof moet worden gecategoriseerd. Indien het voedingsenzym nog wel een functie vervult moet het voedingsenzym als een ingrediënt worden gecategoriseerd. Technologische hulpstoffen zijn geen ingrediënten volgens de etiketteringsvoorschriften en moeten dan ook niet als zodanig worden opgenomen in de lijst van ingrediënten.


Voedingswaarde-etikettering

De FNLI heeft bij de herziening van de bestaande etiketteringsvoorschriften (periode 2008 tot oktober 2011) gepleit voor een verplichte voedingswaardedeclaratie op de achterkant van het etiket met vermelding van acht voedingsstoffen: energie; eiwitten; koolhydraten, waarvan suikers; vetten, waarvan verzadigd vet; vezels; en natrium. Bij herziening van de bestaande etiketteringsvoorschriften is echter gekozen voor verplichte etikettering van: energie; eiwitten; koolhydraten, waarvan suikers; vetten, waarvan verzadigd vet; en zout. Niet alleen de voedingsstof vezels is weggelaten, ook natrium is veranderd in zout en de volgorde is nu bij wet gewijzigd. De FNLI is van mening dat dit een gemiste kans is om de consument op een juiste manier te informeren over de aanwezigheid van natrium, een voedingstof die effect heeft op de gezondheid van hart en vaten. Daarnaast  betreurt de FNLI  het dat het energie-icoon per 100g/100 ml vermeld moet worden op de verpakking. Hierdoor zijn fabrikanten gedwongen het energie-icoon erg ingewikkeld te maken. De FNLI blijft het gebruik van de Dagelijkse Voedingsrichtlijn voor op de verpakking stimuleren, omdat dit de relevante informatie over voedingswaarden in één oogopslag aan de consument laat zien. De FNLI is geen voorstander van een methode om de weergave zodanig te maken dat consumenten in een bepaalde richting worden gestuurd (bijvoorbeeld door kleurcodering).


Certificering voedselveiligheid
De FNLI pleit voor harmonisatie in certificering. Certificering is een middel voor levensmiddelenfabrikanten om aan te tonen dat een product voldoet aan een hoog niveau van voedselveiligheid. Verschillende afnemers eisen verschillende certificaten. Hierdoor zijn levensmiddelenproducenten in het bezit van meerdere certificaten die elkaar voor een groot deel overlappen. Zo wordt meer van hetzelfde getoetst, zonder dat het een bijdrage levert aan de voedselveiligheid. Harmonisatie kan resulteren in minder overlappende certificaten en tot verlaging van de (onderhouds)kosten. Wederzijdse erkenning van de standaarden onderling is een eerste stap naar verdere harmonisatie.

Gebruik 'Zonder kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen'
In de Europese etiketteringswetgeving zijn geen voorschriften opgenomen met betrekking tot het gebruik van de bewering: 'zonder kunstmatige kleur-, geur- en smaakstoffen'. De FNLI is het met het (wettelijke) uitgangspunt eens dat bij het gebruik van een dergelijke bewering de vermelding niet misleidend voor de consument mag zijn. Het gebruik van bovengenoemde of vergelijkbare beweringen, zoals 'zonder kunstmatige toevoegingen' of 'alleen natuurlijke ingrediënten' is afhankelijk van verschillende factoren. Het is daarom onmogelijk om één algemeen geldende regel op te stellen. Van product tot product moet telkens worden bekeken of het gebruik van de bewering is toegestaan.

Zout in levensmiddelen
Een te hoge dagelijkse zoutinname kan schadelijke gevolgen voor de gezondheid met zich meebrengen. De FNLI spant zich in voor een reductie van de hoeveelheid natriumchloride in levensmiddelen. In Fase I van het FNLI Actieplan zoutreductie in levensmiddelen heeft de FNLI zich gecommitteerd aan een vermindering met 12% van de verwerking van zout in levensmiddelen in de periode 2008-2010. In juli 2010 heeft de FNLI hierover gerapporteerd: uiteindelijk is een reductie van 10% behaald. In februari 2011 is Fase II van het FNLI actieplan van start gegaan. In deze Fase stellen individuele levensmiddelenbedrijven en enkele brancheorganisaties voor hun eigen productportfolio doelstellingen op het gebied van zoutreductie op. Deze doelstellingen moeten uiterlijk eind 2015 worden behaald. Uiteindelijk moet een reductie worden behaald van 20-30% zoals gemeld in de voedingsnota van de Rijksoverheid.

Downloads

Alle documentatie over dit werkgebied op een rij:

FNLI Levensmiddelenhuis
|