FNLI: Klimaatakkoord is geen breed industrieel gedragen akkoord

FNLI: Klimaatakkoord is geen breed industrieel gedragen akkoord

2 juli 2019


Het Klimaatakkoord dat afgelopen vrijdag is gepresenteerd, baart de FNLI grote zorgen. Het is een politiek akkoord maar zeker nog niet industrieel gedragen. Het mist namelijk de aansluiting bij de praktijk van onze industrie. De voedingsmiddelenindustrie in Nederland behoort tot de wereldwijde koplopers qua energie efficiëntie. Wij willen ook koploper worden op CO2-reductie en de ambitieuze doelstelling van halvering van de CO2-uitstoot in 2030 gaan halen. Grote investeringen staan voor de deur. In het Klimaatakkoord staan stimuleringsmaatregelen om de investeringen mogelijk te maken. Maar er zijn ook een aantal heffingen en belastingen opgenomen die bedrijven moeten aanzetten om uitstoot te verlagen.

Wortels en stokken

De stokken van het Klimaatakkoord, heffingen en belastingen, tellen enorm op: de sterk stijgende ETS-prijs, de aangekondigde verhoging van de ODE-belasting en de extra nationale CO2-heffing. Maar de stokken zijn niet eerlijk noch evenwichtig. De ODE-belasting is de inkomstenbron voor de financiering van de SDE++ regeling. De belasting wordt echter geheven bij bedrijven die gas en elektra gebruiken. De kolen- en (aard)oliegestookte installaties in de energie-intensieve industrie blijven buiten schot. In een systeem dat ervan uitgaat dat de vervuiler betaalt, moet iedere vervuiler meebetalen.

De ETS-regeling is de basis voor de extra Nederlandse CO2-heffing. Deze Europese regeling is echter oneerlijk voor de levensmiddelenindustrie (fallback heatbenchmark problematiek). Aan een Europese regeling kan de Nederlandse regering weinig doen. Maar met een eenvoudige ingreep kan voorkomen worden dat deze oneerlijkheid doorwerkt in de extra Nederlandse CO2-heffing! De wortel, de SDE++ is onvoldoende toegankelijk voor onze sector. Onze industrie kan veel CO2 besparen (54 ETS bedrijven) via bedrijfsspecifieke projecten, die vaak efficiënt zijn (veel tonnen CO2 per Euro geïnvesteerd). De beschreven technologieën in de SDE++ is echter te beperkt (limiterende lijst) en de verdeling is onduidelijk.

Concluderend, de balans in wortels en stokken in dit Klimaatakkoord is voor de levensmiddelenindustrie – dat werk biedt aan wel 140.000 mensen – ver te zoeken. Nederland gaat verbouwd worden, en zo ook de levensmiddelenindustrie! Daarbij dienen de investeringen haalbaar te zijn en de heffingen draagbaar. Wij pleiten voor een Klimaatakkoord die dat mogelijk maakt.