FNLI reactie rapport RIVM ‘Wat ligt er op ons bord’

FNLI reactie rapport RIVM ‘Wat ligt er op ons bord’

24 januari 2017


De FNLI onderschrijft de noodzaak van samenhang in de aanpak voor een veilig, gezonder, duurzaam robuust voedselsysteem waarvoor het RIVM pleit in haar rapport ‘Wat ligt er op ons bord’. De samenwerking in de keten die het RIVM daarbij adviseert is inderdaad een voorwaarde voor succes en vooruitgang. Een samenwerking die boeren, verwerkers, cateraars en supermarkten al enige tijd met inzet op gang gebracht hebben.

Fabrikanten werken zonder uitzondering aan de verbetering van hun producten om het gehalte aan energie (suiker en vet) en zout terug te dringen. Dit doen ze samen met supermarkten, cateraars en restaurateurs en met het ministerie van VWS in het Akkoord Verbetering Productsamenstelling. Verduurzaming staat hoog op de agenda en het bouwen aan een circulaire economie en een effectief klimaatbeleid zijn speerpunten. In ketenverbanden als de Alliantie Verduurzaming Voedsel, het Initiatief Duurzame Handel, en de Uitvoeringsagenda Duurzame Veehouderij wordt hard gewerkt aan de gestage verduurzaming van productieprocessen in de hele keten en het bevorderen van transparantie d.m.v. onderzoek, dialoog en verbeterprojecten.

De FNLI is voorstander van het inzetten van proportionele en bewezen effectieve interventiemethoden om maatschappelijke problemen als gevolg van consumptie van levensmiddelen tegen te gaan. In dat licht plaatst de FNLI kanttekeningen bij een aantal conclusies en aanbevelingen van het RIVM. Zo missen enkele een (wetenschappelijke) onderbouwing. Zo adviseert het RIVM om belasting te heffen op dierlijke producten. Een belasting op vlees zal niet de gewenste effecten hebben omdat de consumptie zal verschuiven naar goedkopere vleesproducten (substitutie-effect), waardoor de consumptie van (duurdere) producten met bovenwettelijke (dierenwelzijns)eisen terugloopt. Ook leidt een heffing op vlees niet per sé tot vermindering van CO2-emissies. Dit laatste is afhankelijk van de wijze waarop vlees wordt vervangen voor andere eiwithoudende producten en de productiewijze van het vlees dat nog wel geconsumeerd wordt.

Ook vindt de FNLI de aanname dat zowel duurzame als gezonde producten duurder zijn te stellig. Het Voedingscentrum stelt zelfs dat gezonde voeding betaalbaar voor iedereen is. Ook voor duurzaam geproduceerde voedingsmiddelen ontbreekt de nuance aangezien de prijs afhankelijk is van veel verschillende factoren en bijvoorbeeld efficiënt grondstofgebruik en hergebruik zelfs tot kostenverlaging leidt.

De FNLI ondersteunt de aanbeveling van het RIVM om door middel van samenwerking in de keten een samenhangend voedselbeleid te bevorderen. We adviseren het RIVM en de overheid om daarbij goed te kijken naar bestaande initiatieven en de bewezen successen die deze al hebben opgeleverd.

Gerelateerde artikelen

IMVO Convenant Voedingsmiddelen – Commitment en maatwerk om positieve effecten te bewerkstelligen

20 juli 2020


In het rapport “Evaluation of the Dutch RBC Agreements” presenteert het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) haar bevindingen van de evaluatie van de IMVO-convenanten. Hierin wordt gesteld dat vrijwillige maatregelen om mensenrechtenschendingen in handelsketens te voorkomen, onvoldoende blijken. ‘Het […]

Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie presenteert advies over nieuwe energie-infrastructuur

15 mei 2020


Om de industrie te verduurzamen en de klimaatdoelen voor 2030 en 2050 op een rendabele wijze te behalen, is in oktober 2019 een taskforce ingesteld om te adviseren over de benodigde infrastructuur. Dit is de Taskforce Infrastructuur Klimaatakkoord Industrie (TIKI). […]

Voedingsmiddelenbedrijven klaar om verdere stappen te zetten binnen het IMVO-convenant

18 december 2020


De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft de jaarlijkse rapportage van het IMVO Convenant Voedingsmiddelen gepubliceerd. In deze tweede jaarrapportage staan de resultaten van de stappen die gezet zijn door de convenantpartijen op het gebied van IMVO-risicomanagement (due diligence). Hieruit blijkt dat […]