FNLI verwelkomt Grondstoffenakkoord agrifoodketen

FNLI verwelkomt Grondstoffenakkoord agrifoodketen

25 januari 2017


De FNLI is blij met het dinsdag ondertekende Grondstoffenakkoord en onderschrijft de ambities die hierin zijn opgenomen. Bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties committeren zich met dit akkoord aan een versnelling van de ontwikkeling naar een circulaire economie. Het is van groot belang dat in de uitwerking van dit akkoord scherp in kaart wordt gebracht waar de circulaire economie belemmerd wordt, en hoe deze belemmeringen kunnen worden opgeheven.

Voor de levensmiddelensector is één van die belemmeringen alvast duidelijk: geldende regelgeving op het gebied van afvalstoffen maakt dat waardevolle bijproducten en reststromen uit de agrifoodketen nog te vaak als afval worden bestempeld, en niet kunnen worden verwerkt tot diervoeder, meststof of brandstof. Deze belemmering komt voort uit Europese regelgeving maar ook uit lokale en nationale interpretatie hiervan.

Wettelijke belemmeringen nog niet beslecht
Het Europees Parlement stemde dinsdag over wijziging van de afvalstoffenrichtlijn. Met de wijzigingen wordt iets meer duidelijkheid geboden over het onderscheid tussen afval en bijproduct, maar aan de strikte criteria waaraan een stof moet voldoen om de status van bijproduct in plaats van afvalstof te krijgen, verandert niets. Hiermee blijft een echte circulaire economie nog buiten beeld.

De FNLI werkt de komende maanden graag mee aan de ontwikkeling van een transitieagenda Voedsel & Biomassa, zoals in het Akkoord wordt voorgesteld. Hierin zal ze, naast de genoemde belemmeringen, focussen op een innovatie- en investeringsagenda om tot een circulaire agrifoodketen te komen. Het optimaal benutten van waardevolle grondstoffen en reststromen als eiwitten, fosfaat en water verdienen hierbij de prioriteit.

Levensmiddelenindustrie als spil van de circulaire economie
De levensmiddelenindustrie is van oudsher een spil in de circulaire economie. Samen met boeren, veevoederproducenten en steeds meer bedrijven die zich toeleggen op de bio-based economy, werkt de industrie aan een zo hoogwaardig mogelijke inzet van alle organische materialen. Dit levert zowel economische als milieuwinst op. De gehele ‘Ladder van Moerman’ wordt hierbij benut: van voedsel tot energie, van veevoer tot kunststof, van farmaceutische toepassingen tot compost. Organische reststromen zijn geen afval maar grondstof, en zouden alleen bij uitzondering vernietigd moeten worden, bijvoorbeeld uit veiligheidsoverwegingen. En zelfs dan kan er nog energie uit worden teruggewonnen.

Gerelateerde artikelen

Levensmiddelenindustrie investeert vol vertrouwen in de toekomst

15 oktober 2015


Levensmiddelenindustrie Europese koploper in investeringen in kennis en innovatie Het gaat goed met de Nederlandse levensmiddelenindustrie. De economie trekt aan, de koopkracht neemt toe en het vertrouwen van ondernemers en consumenten groeit. Dit goede begin van 2015 zorgt ervoor dat […]

De statiegelddiscussie in een breder perspectief

11 mei 2015


De afgelopen periode leidde de mogelijke afschaffing van de verplichting tot statiegeld op grote PET-flessen tot veel media-aandacht. Veelal ontbrak de nuance of was de berichtgeving verre van compleet, waardoor vele positieve ontwikkelingen rondom verpakkingen en verduurzaming onderbelicht raken. In […]

‘(On)duurzame producten bestaan niet’

17 februari 2015


Reactie op artikel in Vonk (Volkskrant) 14-2-15 uit naam van Philip den Ouden, directeur FNLI In een artikel dat op zaterdag 14 februari jl. verscheen in Volkskrant-bijlage Vonk pleit auteur Gustaaf Haan voor een ommekeer in het debat over duurzaam […]