Publiek-private samenwerking cruciaal voor wetenschappelijk onderzoek

Publiek-private samenwerking cruciaal voor wetenschappelijk onderzoek

25 januari 2019


Op 24 januari is een aflevering van het televisieprogramma Rambam verschenen, waarbij zowel marktonderzoek als het toegankelijk maken van wetenschappelijk onderzoek en de rol van het bedrijfsleven om dit financieel mede mogelijk te maken aan de orde kwam. Een breed thema waar al langer en voortdurend over wordt gesproken in wetenschap, politiek, bedrijfsleven en maatschappij. Helaas gaan de makers van Rambam in hun werkwijze voorbij aan de kern.

Vele partijen hebben er belang bij dat er wetenschappelijk onderzoek plaatsvindt, zo ook het bedrijfsleven. Onder meer vanuit een maatschappelijke verantwoordelijkheid als het beschikken over kennis van het eigen product. En ook met het oog op innovatie: zowel nieuwe producten als het verbeteren van producten beginnen bij onderzoek. Wat betreft levensmiddelen geldt bovendien dat wetenschappelijk onderzoek feitelijke houvast biedt in de huidige wervelwinden van hypes rond voeding. Publiek en privaat belang gaan hier hand in hand.

Transparante samenwerkingen noodzakelijk

Wetenschappelijk onderzoek vindt niet vanzelf plaats; daarvoor zijn middelen nodig. Bedrijven, maar ook andere belanghebbenden, zoals aan overheid gelieerde en maatschappelijke organisaties, dragen bij aan die middelen. Ook al kunnen belangen uiteenlopen, dit dient altijd met inachtneming van wetenschappelijke integriteit te gebeuren. Veel onderzoek vindt simpelweg niet plaats zonder dergelijke samenwerking. Wat daarbij voorop staat is transparantie in de breedste zin van het woord: van opdrachtgever tot vraagstelling.

Wetenschappers en betrokkenen hebben er eveneens belang bij dat wetenschappelijke kennis niet alleen bestaat, maar ook breed verspreid en gebruikt wordt en bij kan dragen aan een gebalanceerde afwegingen en berichtgeving. Ook dat kunnen wetenschappers, gezamenlijk met overheden, NGO’s en bedrijfsleven bevorderen, waarbij samenwerking altijd transparant benoemd moet worden.

Vertrouwen in wetenschappelijke integriteit

Centraal in dit thema staat wetenschappelijke integriteit. Wetenschappers zien daar onderling, vanuit daarvoor bestemde organen (denk aan KNAW, NWO, VSNU) en op basis van criteria op toe. Het is ook goed dat dit van buiten kritisch wordt gevolgd. De fictieve casus van Rambam waarbij één onderzoeker aangeeft bij voorbaat bepaalde resultaten te kunnen garanderen lijkt wat dat betreft haaks te staan op het principe van wetenschappelijke integriteit. Echter, het op grond hiervan verder bij voorbaat in twijfel trekken van wetenschappelijke integriteit in het algemeen enkel om de reden dat er sprake is van publiek-private samenwerking doet geen recht aan de feitelijke situatie. De verder in het programma genoemde werkelijk bestaande voorbeelden met namen van opdrachtgevers erbij, laten zien dat er juist wel transparant en zorgvuldig te werk wordt gegaan.

Marktonderzoeken

In dezelfde uitzending besteedt Rambam aandacht aan marktonderzoeken. Hierbij gaat het niet zozeer om wetenschappelijk onderzoek naar bijvoorbeeld voedingsstoffen, als wel voornamelijk om onderzoek naar kennis, houding en gedrag van consumenten ten aanzien van een specifiek product of een categorie. Wanneer bedrijven of branches marktonderzoek doen, is daar niks geheimzinnigs aan. Waar een consument voorkeur aan geeft of wat hij zij prefereert helpt om aan de behoeftes van consumenten te voldoen en nieuwe producten te ontwikkelen. Uiteraard zoekt men daarbij naar interessante feitjes en weetjes over de consumenten van hun productgroep.

Meestal worden deze door daarin gespecialiseerde en gecertificeerde bureau’s verricht via consumentenpanels. Deze onderzoeken zijn vanzelfsprekend van geheel andere relevantie dan wetenschappelijke studies. Rambam plaatst het wat dat betreft ten onrechte in dezelfde hoek.

Dit neemt niet weg dat marktonderzoeksbureau’s ook een verantwoordelijkheid hebben. Ook hier is transparantie over opdrachtgever, -nemer en onderzoeksmethode van belang. Hoewel enkele geanonimiseerde voorbeelden in Rambam niet representatief hoeven te zijn voor alle marktonderzoeksbureau’s, ligt er een taak voor deze branche om elkaar kritisch te blijven aanspreken op werkwijzen.

Verder in gesprek over publiek-private financiering

Als gezegd is al langer en voortdurend aandacht voor publiek-private financiering van wetenschappelijk onderzoek. FNLI juicht een open debat hierover toe en zal hieraan blijven bijdragen in dialoog met wetenschappers en alle andere betrokkenen.